Zuidelijke IJssel

Kronkelwaardenlandschap van rivierkwelgeulen en hanken

Download de poster

Kaart Zuidelijke IJssel copyLigging

IJssel tussen Arnhem en Deventer.

Type rivierdal

Licht slingerende zandrivier tussen oude kronkelwaardterrassen.

Eigenheid en kenmerkende geologie

Historisch kronkelwaardlandschap, geologisch-historisch van hoge waarde. Kronkelwaarden bestaan uit een afwisseling van oude stroomgeulen tussen zandige stroomruggen (‘wasbordstructuur’). Ze zijn gevormd door ‘een IJssel uit het verleden’ met grotere afvoeren en andere afvoerkarakteristieken (al gevormd voor de opkomst van de Hanzesteden). Sindsdien heeft de IJssel zich steeds verder ingesneden en zijn de afvoeren kleiner geworden. De kronkelwaardruggen en geulen zijn derhalve geen actieve structuren meer. De kronkelwaardgeulen worden sterk door rivierkwel gevoed.

open te trekken geulen op luchtfoto copyNa de vorming van de kronkelwaarden heeft de Zuidelijke IJssel lange tijd steeds minder water ontvangen, doordat steeds meer water van de Rijn via de Waal naar zee ging stromen. Pas na de aanleg van het Pannerdensch Kanaal (1707) en de verlegging van de bovenmonding (1777) kreeg de IJssel zijn huidige afvoerkarakteristieken. De IJssel van nu is een kleine zandrivier, enigszins ingesneden ten opzichte van de oude kronkelwaardterrassen, en met een veel kleinere meanderamplitude dan de grote kronkelwaardbochten (van bv de Fraterwaard en bij Cortenoever) doen vermoeden.

Cortenoever Bart Peters 28 juni 10 (62)Lokaal had de Zuidelijke IJssel tot in de 19e eeuw tussen haar kronkelwaardterrassen een smalle zone waarin op sommige plaatsen zandbanken en kleine uitslijpgeulen tot ontwikkeling konden komen (bv Middelwaard Gorssel, noordelijk deel Wilpsche Klei). Deze structuren zijn met de normalisatiewerken van 1850-1900 allemaal verdwenen. Op verschillende plaatsen grenzen de kronkelwaarden verder van de rivier aan nog oudere rivierterrassen (van voor de doorbraak (avulsie) van ca. 600-800 n. Chr.). Hierin zijn relictgeulen en oude meanders van een nog oudere IJssel zichtbaar. Zo zijn de fossiele meanderbogen van o.a. Steenderen en de Baak, maar ook de binnendijkse terrassen met droge uitslijpgeulen bij Cortenoever van voor de laatste ijstijd.

Inrichtingconcepten

Kenmerkende inrichtingsstructuren:

  • Rivierkwelgeulen/kronkelwaardgeulen (A): Heldere, ondiepe, niet-aangetakte stroomgeulen (max. 0,5-0,80 m diep) tussen oude, zandige stroomruggen. Kronkelwaardgeulen staan buiten hoogwaterperioden om niet in rechtsreeks contact met het zomerbed van de IJssel en rivierkwel en lange kwel vormen steeds het leidend ontwerpprincipe.
  • Uitslijpgeulen op de hoge, oude terrassen (B): Dit zijn droge geulen of geulen die ondiep het grondwater aansnijden. Voor inrichting in deze terrasgronden is de ligging van het grondwater (lange kwel en rivierkwel) het leidende ontwerpprincipe.
  • Tussen Arnhem en Doesburg (C): Ten zuiden van Doesburg zijn kronkelwaarden minder prominent en zijn jongere hanken en strangen kenmerkend. Dit zijn doorgaans niet-aangetakte strangen/geulen, tot 2 a 3 m diep, die niet in continue verbinding staan met de IJssel. Ook hier is kwelwater (zowel lange kwel als rivierkwel) steeds een belangrijk leidend principe voor uiterwaardinrichting, vooral aan de kant van het Veluwemassief.
  • Zandige rivieroevers: Waar mogelijk verwijderen van oeverbestorting en het herstel van rivierstrandjes.

Vergravingsprincipe kronkelwaard copy

Niet-kenmerkend inrichtingsstructuren:

  • Stromende nevengeulen en eenzijdig aangetakte hoogwatergeulen zijn niet kenmerkend voor het kronkelwaardenlandschap.
  • Grote terughoudendheid met aantakking van geulen en wateren (bijv. ter verbetering van vismigratie of vanuit de Kaderrichtlijn Water).
Referentiegebieden/projecten
  • De Helbergenstrang in natuurgebied Cortenoever is een fraaie natuurlijke referentie van een kronkelwaardgeul/rivierkwelgeul.
  • Er zijn tot op heden geen inrichtingprojecten volgens bovenstaande principes aangelegd.