Hydraulische speelruimte

 

Samenvatting van het hydraulisch onderzoek: Klik hier

 

De complete hydraulische studie, klik hier:

Lage resolutie (4,5 Mb), of op hoge resolutie (14,5 Mb)

 

Hoogwaterveiligheid binnen het DNA van de rivier

Binnen Smart Rivers is met een uitgebreide modelberekening gekeken naar de hoeveelheid water die ‘binnen het DNA van de rivier’ nog extra tussen de bestaande winterdijken past . voor vijf belangrijke riviertrajecten, die geomorfologisch en landschapsecologisch sterk van elkaar verschillen, is de hydraulische ruimte berekend:

  • De Zandmaas (Noord-Limburgse Terrassenmaas tussen Roermond en Gennep)
  • De Gelderse Poort (Bovenwaal Millingen-Nijmegen)
  • De Waal (Nijmegen-Zaltbommel),
  • De Zuidelijke IJssel (Doesburg-Deventer) en
  • De Noordelijke IJssel (Deventer-Zwolle).

Methode

Voorafgaand aan de berekeningen zijn voor de onderzochte riviertrajecten inrichtingsontwerpen gemaakt volgens de ontwerpprincipes van Smart Rivers (<zie posters>). Dit is gebeurd voor alle uiterwaarden, waar nog geen project in het kader van de 1e-ronde-projecten (Ruimte voor de Rivier, Maaswerken) is/wordt uitgevoerd. Waar mogelijk is aansluiting gezocht bij bestaande programma’s voor toekomstige projecten, zoals WaalWeelde of project Ooijen-Wanssum. Al deze ontwerpen zijn in het hydraulisch model WAQUA ingevoerd en doorgerekend.

Voor elk inrichtingsproject is in het model ook een realistische vegetatieontwikkeling gestopt, er vanuit gaande dat het project na inrichting als (begraasd) natuurgebied wordt beheerd.

Uitkomsten

Er treden interessante verschillen op per riviertraject. Langs de Waal en in de Gelderse Poort kan nog zeker de helft van de toekomstige hoogwatertaakstelling van het Deltaprogramma met nieuwe inrichtingsprojecten (tussen de dijken) gehaald worden. Delen van de Noord-Limburgse Zandmaas (met name de Peelhorst tussen Roermond en Venlo) lenen zich veel moeilijker voor rivierverruiming, omdat het oude terrassenlandschap hier om een uitgesproken subtiele aanpak vraagt en grote nevengeulen hier van nature eigenlijk niet thuishoren. Hier kan maximaal 10-20% van de toekomstige taakstelling met inrichting conform Smart Rivers gerealiseerd worden. Langs andere delen van de Zandmaas, vooral tussen Venlo en Well bestaan betere mogelijkheden. Hier kan de taakstelling van 3950 m3/s (1/250) voor 50 tot 90% gehaald worden, mits projecten als Ooijen-Wanssum en Maaspark Well niet bij de 1e-ronde-projecten worden meegerekend. Mochten deze projecten wel als ondereel van het 1e-ronde Maaswerkentraject worden meegeteld, ligt dit percentage ook rond 10-20%. Als langs de Maas met hogere taakstellingen (bv 1/500e of 1/1250e) gewerkt wordt nemen deze percentages snel af.
Langs de Noordelijke IJssel kan nog maar beperkt meer water met extra uiterwaardinrichting worden afgevoerd. Hier zijnechter al veel projecten aangelegd en projecten in het kader van Ruimte voor de Rivier (o.a. Veessen-Wapenveld, Bypass Kampen, zomerbedverdieping) zorgen er hier voor dat de toekomstige taakstelling van 18000 m3/s praktisch overal al gehaald wordt. Het effect van de projecten langs de Noordelijke IJssel werkt door langs de Zuidelijke IJssel, hoewel hier lokaal extra maatregelen nodig zijn om 18000 m3/s mogelijk te maken. De kronkelwaardlandschappen van de Zuidelijke IJssel zijn geologisch bijzondere gebieden waar grote geulen niet kenmerkend zijn. Uiterwaardinrichting kan hier (binnen het DNA vd Rivier) nog ca. 10% van de taakstelling accommoderen.

Conclusie

Een belangrijke conclusie is dat er langs sommige trajecten nog betrekkelijk veel ruimte is voor hoogwaterveiligheid volgens een ‘systeemeigen inrichting’ , maar dat langs andere trajecten de nieuwe hoogwatertaakstellingen voor de toekomst zeker niet alleen meer met uiterwaardinrichting gehaald kunnen worden. Een nieuwe ronde hoogwatermaatregelen vergt dus steeds per traject maatwerk en een slimme mix van rivierverruiming, dijkverhogingen, dijkverleggingen en nieuwe manieren van bouwen.